VOORBEREIDINGEN INJECTEREN
We hebben een lijst samengesteld met punten waar je rekening mee kunt houden in de voorbereiding.
ALGEMENE TIPS
Lees altijd zorgvuldig het etiket om de sterkte van het product in milligram per milliliter (mg/ml) vast te stellen – en controleer de markeringen op de injectiespuit om er zeker van te zijn dat je de juiste dosis toedient.
Was altijd je handen en werkruimte grondig voordat je injecties toedient.
Gebruik bij het mengen van een poeder steriel water uit ampullen met het label “water voor injectie”. Bewaar de eenmaal bereide oplossing altijd in de koelkast. In de koelkast kan de oplossing maximaal 2-3 dagen worden bewaard. Als de bereide oplossing langer dan een paar dagen dient te worden bewaard, is “bacteriostatisch water”(meestal bij onze producten) een betere optie om het poeder mee te mengen; dit houdt de oplossing langer steriel.
Gebruik van een injectieflacon/trekflesje met anabole steroïden op basis van olie of water.

Zorg ervoor dat het oppervlak waar je de voorbereidende handelingen op verricht stabiel en schoon is.
Controleer of de houdbaarheidsdatum niet verstreken is en de verpakking van het te gebruiken materiaal onbeschadigd is. Als dit niet het geval is, gooi je het materiaal weg. Leg al het materiaal vóór gebruik op het schone oppervlak, dit omvat:
– Injectieflacon met de te gebruiken anabole steroïde
– 1 x 1 – 4 ml spuit
– 1 x groene naald (21G) om de oplossing op te zuigen
– 1 x blauwe naald (23G)
– 2 x alcoholdoekje
– Een naaldencontainer (met open deksel)
– Een schone tissue of een wattenschijfje (als je van plan bent direct na de voorbereidingen te injecteren)
– Was je handen grondig voorafgaand aan de voorbereidende handelingen.
– Verwijder de dop van de injectieflacon en veeg de bovenkant af met een alcoholdoekje
– Bevestig een groene naald op de spuit en verwijder de dop
– Trek de zuiger van de spuit terug tot het niveau dat gelijk is aan de hoeveelheid die je gaat opzuigen uit de flacon
– Steek de groene naald in de injectieflacon en duw de zuiger naar beneden om de lucht uit de spuit in de flacon te drukken
– Draai de injectieflacon ondersteboven (met de naald er nog steeds in) en trek de vereiste hoeveelheid oplossing in de spuit
– Draai de injectieflacon weer recht en trek naald en spuit uit de injectieflacon
– Trek de zuiger iets naar achteren
– Verwijder de opzuig naald en deponeer deze in de naaldencontainer
– Bevestig een injectie naald op de spuit. Laat de dop erop zitten totdat je klaar bent om de injectie toe te dienen
Het injecteren
Alle injecties, ongeacht de te injecteren stof, brengen een risico met zich mee op infecties en andere implicaties, waaronder spierbeschadiging. Hieronder vind je een overzicht met tips om zo veilig mogelijk te injecteren.
– Injecteer nooit steroïden of andere PIEDs in een ader: dit kan dodelijk zijn!
– Voor elke injectie moet nieuw, steriel materiaal worden gebruikt.
– Het delen van injectiemateriaal, water, ampullen of trekflesjes brengt het risico op infecties en door bloed overgedragen virussen (hepatitis B, hepatitis C en HIV) met zich mee.
– Zorg ervoor dat je het juiste materiaal, en in de juiste hoeveelheden, in huis hebt voordat je met een kuur start.
– Gooi, na gebruik, het injectiemateriaal in een naaldencontainer of deponeer het op een andere veilige plek, zodat je anderen niet in gevaar brengt.
– Alle steroïden op olie of waterbasis kunnen intramusculair geïnjecteerd worden in het bovenste buitenste kwadrant van de bil en de buitenzijde van de dij. Roteer injectieplaatsen om te voorkomen dat er littekenweefsel ontstaat. Het injecteren in het buitenste gedeelte van de schouder is een derde optie, die echter niet de voorkeur geniet, omdat de kleinere omvang van de schouderspier verspreiding van de injectievloeistof beperkt, en het risico toeneemt dat bij het injecteren een zenuw wordt geraakt.
– De kleur van de injectienaald (d.w.z. van het kunststoffen aanzetstuk van de naald) is gekoppeld aan de diameter van de naald. De te injecteren vloeistof bepaalt welke naalddiameter je gebruikt. Kies bij dikkere substanties een naald met een grotere diameter. De diameter van de naald wordt ook wel uitgedrukt in Gauge (G): 20G = 0.9 mm, 22G = 0,7 mm, 23G = 0,6 mm, 25G = 0,5 mm en 26G = 0,45 mm. De meest gebruikte diameter bij intramusculair gebruik is 21G (0,8mm) – 23G (0,6mm).
– De kleur van de injectienaald zegt niets over de lengte van de naald. De dikte van de onderhuidse vetlaag bepaalt de naaldlengte. Hierdoor wordt bij injecties in de bil vaak een wat langere naald gekozen dan bij injecties in de schouder. De meest gebruikte naaldlengte bij volwassenen is 25 – 40 mm.
INJECTIE IN DE BILSPIER
Intramusculaire (= in de spier) injecties van alle anabole steroïden op basis van olie of water.
Injecteer niet meer dan 4 ml op deze plek, 2 ml wordt aanbevolen wanneer de spier minder ontwikkeld is.
Wanneer je steroïden op oliebasis injecteert, moet je ervoor zorgen dat de oplossing vóór toediening op kamertemperatuur is, door de injectieflacon of ampul een paar minuten in een schone gesloten handdoek te houden of onder een kraan met warm (NIET heet) water te houden.
Leg al je materiaal vóór gebruik op een schoon oppervlak, dit omvat:
– De injectiespuit (1 – 4 ml) met injectievloeistof met daaraan bevestigd een steriele afgedekte 23G (0,6mm) blauwe naald
– 1 x alcoholdoekje
– Een naaldencontainer met het deksel open
– Een schone tissue of wattenschijfje
Was je handen grondig voordat je de injectie toedient.
Het injectieproces:
– Reinig de injectieplek met een alcoholdoekje en laat 1 minuut drogen
– Ontspan de spier die je wilt injecteren door je gewicht over te dragen naar het andere been maar zorg wel dat je stabiel staat
– Verwijder de dop van de naald en duw de zuiger voorzichtig omhoog om lucht uit de bovenkant van de spuit te verdrijven. Een kleine druppel injectievloeistof verschijnt aan het uiteinde van de naald
– Breng de naald in op 90o. Zorg dat je een klein deel van de naald blijft zien.
– Trek de zuiger voorzichtig terug om ervoor te zorgen dat er geen bloed in de spuit komt – als er bloed in de spuit komt, trek je de naald terug en oefen je lichte druk uit op de injectieplek met de schone tissue of het wattenschijfje. Injecteer niet opnieuw op deze plek, en gooi de injectiespuit in een naaldencontainer
– Injecteer langzaam – 10 seconden per 1 ml oplossing
– Houd de spuit zo stil mogelijk, omdat beweging spierschade door de naald kan veroorzaken
– Trek de naald voorzichtig terug en deponeer spuit en naald in een naaldencontainer
– Oefen lichte druk uit op de injectieplek met de schone tissue of het wattenschijfje. Masseer zachtjes het gebied. Gebruik geen alcoholdoekje na een injectie
– Deponeer het overige gebruikte materiaal in een afgesloten afvalbak
– Als je tijdens een injectie pijn ervaart, verwijder dan de naald, oefen lichte druk uit op de plek met de schone tissue of het wattenschijfje, en injecteer niet opnieuw op dezelfde plek.
INJECTIE IN het dijbeen
Intramusculaire (= in de spier) injecties van alle anabole steroïden op basis van olie of water.
Injecteer niet meer dan 3 ml op deze plek, 2 ml wordt aanbevolen wanneer de spier minder ontwikkeld is.
Wanneer je steroïden op oliebasis injecteert, moet je ervoor zorgen dat de oplossing vóór toediening op kamertemperatuur is, door de injectieflacon of ampul een paar minuten in een schone gesloten handdoek te houden of onder een kraan met warm (NIET heet) water te houden. Leg al je materiaal vóór gebruik op een schoon oppervlak, dit omvat:
– De injectiespuit (1 – 3 ml) met injectievloeistof met daaraan bevestigd een steriele afgedekte 23G (0,6mm) blauwe naald
– 1 x alcoholdoekje
– Een naaldencontainer met het deksel open
– Een schone tissue of wattenschijfje
Was je handen grondig voordat je de injectie toedient.
Het injectieproces:
– Reinig de injectieplek met een alcoholdoekje en laat 1 minuut drogen
– Ontspan de spier die je wilt injecteren, bij voorkeur door te gaan zitten
– Verwijder de dop van de naald en duw de zuiger voorzichtig omhoog om lucht uit de bovenkant van de spuit te verdrijven. Een kleine druppel injectievloeistof verschijnt aan het uiteinde van de naald
– Breng de naald in op 90o. Zorg dat je een klein deel van de naald blijft zien.
– Trek de zuiger voorzichtig terug om ervoor te zorgen dat er geen bloed in de spuit komt – als er bloed in de spuit komt, trek je de naald terug en oefen je lichte druk uit op de injectieplek met de schone tissue of het wattenschijfje. Injecteer niet opnieuw op deze plek, en gooi de injectiespuit in een naaldencontainer
– Injecteer langzaam – 10 seconden per 1 ml oplossing
– Houd de spuit zo stil mogelijk, omdat beweging spierschade door de naald kan veroorzaken
– Trek de naald voorzichtig terug en deponeer spuit en naald in een naaldencontainer
– Oefen lichte druk uit op de injectieplek met de schone tissue of het wattenschijfje. Masseer zachtjes het gebied. Gebruik geen alcoholdoekje na een injectie
– Deponeer het overige gebruikte materiaal in een afgesloten afvalbak
– Als je tijdens een injectie pijn ervaart, verwijder dan de naald, oefen lichte druk uit op de plek met de schone tissue of het wattenschijfje, en injecteer niet opnieuw op dezelfde plek.
INJECTIE IN de schouder
Intramusculaire (= in de spier) injecties van alle anabole steroïden op basis van olie of water. Het injecteren in het buitenste gedeelte van de schouder is een derde optie, die echter niet de voorkeur geniet, omdat de kleinere omvang van de schouderspier verspreiding van de injectievloeistof beperkt, en het risico toeneemt dat bij het injecteren een zenuw wordt geraakt.
Injecteer niet meer dan 2 ml op deze plek, 1 ml wordt aanbevolen wanneer de spier minder ontwikkeld is.
Wanneer je steroïden op oliebasis injecteert, moet je ervoor zorgen dat de oplossing vóór toediening op kamertemperatuur is, door de injectieflacon of ampul een paar minuten in een schone gesloten handdoek te houden of onder een kraan met warm (NIET heet) water te houden. Leg al je materiaal vóór gebruik op een schoon oppervlak, dit omvat:
– De injectiespuit (1 – 2 ml) met injectievloeistof met daaraan bevestigd een steriele afgedekte 23G (0,6mm) blauwe naald
– 1 x alcoholdoekje
– Een naaldencontainer met het deksel open
– Een schone tissue of wattenschijfje
– Was je handen grondig voordat je de injectie toedient.
Het injectieproces:
– Reinig de injectieplek met een alcoholdoekje en laat 1 minuut drogen
– Ontspan de spier die je wilt injecteren, laat je arm langs je zijde hangen
– Verwijder de dop van de naald en duw de zuiger voorzichtig omhoog om lucht uit de bovenkant van de spuit te verdrijven. Een kleine druppel injectievloeistof verschijnt aan het uiteinde van de naald
– Breng de naald in op 90o. Zorg dat je een klein deel van de naald blijft zien.
– Trek de zuiger voorzichtig terug om ervoor te zorgen dat er geen bloed in de spuit komt – als er bloed in de spuit komt, trek je de naald terug en oefen je lichte druk uit op de injectieplek met de schone tissue of het wattenschijfje. Injecteer niet opnieuw op deze plek, en gooi de injectiespuit in een naaldencontainer
– Injecteer langzaam – 10 seconden per 1 ml oplossing
– Houd de spuit zo stil mogelijk, omdat beweging spierschade door de naald kan veroorzaken
– Trek de naald voorzichtig terug en deponeer spuit en naald in een naaldencontainer
– Oefen lichte druk uit op de injectieplek met de schone tissue of het wattenschijfje. Masseer zachtjes het gebied. Gebruik geen alcoholdoekje na een injectie
– Deponeer het overige gebruikte materiaal in een afgesloten afvalbak
– Als je tijdens een injectie pijn ervaart, verwijder dan de naald, oefen lichte druk uit op de plek met de schone tissue of het wattenschijfje, en injecteer niet opnieuw op dezelfde plek.
INJECTIE subcutaan tussen spier en huid
Subcutane (= onderhuidse) injecties voor poeder/wateroplossingen zoals HCG, HGH, IGF-1, Melanotan II, en insuline – niet voor anabole steroïden op olie- of waterbasis.
Injecteer niet meer dan 1 ml op deze plek.
Leg al je materiaal vóór gebruik op een schoon oppervlak, dit omvat:
– De injectiespuit (1 ml) met injectievloeistof met daaraan bevestigd een steriele afgedekte naald van 27G, (grijs) 29G (rood) of 30G (geel)
– 1 x alcoholdoekje
– Een naaldencontainer met het deksel open
– Een schone tissue of wattenschijfje
– Was je handen grondig voordat je de injectie toedient.
Het injectieproces:
– Reinig de injectieplek met een alcoholdoekje en laat 1 minuut drogen
– Verwijder de dop van de naald en duw de zuiger voorzichtig omhoog om lucht uit de bovenkant van de spuit te verdrijven. Een kleine druppel injectievloeistof verschijnt aan het uiteinde van de naald
– Knijp een huidplooi samen tussen duim en wijsvinger en breng met de andere hand hier de naald in op 90o. Zorg dat een klein deel van de naald zichtbaar blijft.
– Injecteer langzaam – 10 seconden per 1 ml oplossing
– Houd de spuit zo stil mogelijk, omdat beweging weefselschade door de naald kan veroorzaken
– Trek de naald voorzichtig terug en deponeer spuit en naald in een naaldencontainer
– Oefen lichte druk uit op de injectieplek met de schone tissue of het wattenschijfje. Masseer zachtjes het gebied. Gebruik geen alcoholdoekje na een injectie
– Deponeer het overige gebruikte materiaal in een afgesloten afvalbak
– Als je tijdens een injectie pijn ervaart, verwijder dan de naald, oefen lichte druk uit op de plek met de schone tissue of het wattenschijfje, en injecteer niet opnieuw op dezelfde plek.